Hypotheek begrippen: alle hypotheektermen uitgelegd van A tot Z

    Een hypotheek afsluiten of wijzigen brengt veel vakjargon met zich mee. Wat is een annuïteitenhypotheek? Wat betekent LTV? En wat is het verschil tussen onderhands verhogen en een tweede hypotheek? In deze begrippenlijst leggen we de belangrijkste hypotheektermen uit in begrijpelijk Nederlands.

    Deze begrippenlijst bevat meer dan 50 hypotheektermen, van A tot Z, uitgelegd in begrijpelijk Nederlands. Laatst bijgewerkt in juni 2026.

    A

    Aflossingsvrije hypotheek

    Een hypotheekvorm waarbij je tijdens de looptijd alleen rente betaalt en niet aflost. Aan het einde van de looptijd moet je het volledige hypotheekbedrag in één keer terugbetalen. Sinds 2013 is het niet meer mogelijk om een volledig aflossingsvrije hypotheek met renteaftrek af te sluiten. Lees meer over de aflossingsvrije hypotheek →

    Annuïteitenhypotheek

    Een hypotheekvorm waarbij je elke maand een vast bruto bedrag betaalt. In het begin betaal je vooral rente, later steeds meer aflossing. De netto maandlast stijgt gedurende de looptijd doordat het aftrekbare rentedeel afneemt. Dit is de meest gekozen hypotheekvorm in Nederland. Lees meer →

    Afsluitkosten

    Alle eenmalige kosten bij het afsluiten van een hypotheek. Dit omvat advieskosten (€2.500 - €3.500), notariskosten (€750 - €1.500), taxatiekosten (€700 - €900) en eventuele NHG-borgtochtprovisie.

    Akte van levering

    Het notariële document waarmee het eigendom van een woning officieel wordt overgedragen van verkoper naar koper. Dit gebeurt bij de notaris op de dag van de sleuteloverdracht.

    B

    Bankgarantie

    Een garantie van de bank aan de verkoper dat de koopsom wordt betaald. Dit is een alternatief voor een waarborgsom (10% van de koopprijs). De kosten zijn circa €250 - €500.

    BKR (Bureau Krediet Registratie)

    Het bureau dat alle kredieten en leningen in Nederland registreert. Geldverstrekkers raadplegen het BKR bij een hypotheekaanvraag. Negatieve registraties (betalingsachterstanden) kunnen leiden tot afwijzing van je hypotheekaanvraag.

    Boeterente (vergoedingsrente)

    De vergoeding die je betaalt aan je geldverstrekker als je je hypotheek voortijdig aflost of oversluit. De hoogte hangt af van het renteverschil, het resterende hypotheekbedrag en de resterende rentevaste periode. Boeterente is fiscaal aftrekbaar in het jaar dat je de boete betaalt. Lees meer over oversluiten →

    Boetevrije aflossing

    Het bedrag dat je jaarlijks extra mag aflossen op je hypotheek zonder boeterente te betalen. Bij de meeste geldverstrekkers is dit 10% tot 20% van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar.

    Bouwdepot

    Een geblokkeerde rekening waarop het hypotheekbedrag voor een verbouwing of nieuwbouw wordt gestort. Je kunt het geld alleen opnemen door facturen van de verbouwing in te dienen. Over het ongebruikte bedrag ontvang je rente (bouwdepotrente).

    Break-even berekening

    De berekening die aangeeft hoeveel maanden het duurt voordat de kosten van het oversluiten van je hypotheek zijn terugverdiend door de lagere maandlasten. Formule: totale kosten oversluiten / maandelijkse besparing = break-even in maanden.

    Bruto maandlast

    Je hypotheekbetaling vóór aftrek van het belastingvoordeel door hypotheekrenteaftrek. De netto maandlast is wat je daadwerkelijk betaalt na het belastingvoordeel.

    C

    Consumptieve hypotheekverhoging

    Het verhogen van je hypotheek om de overwaarde op te nemen voor niet-woninggerelateerde doeleinden, zoals een auto, schenking of het aflossen van schulden. De hypotheekrente is bij consumptief gebruik niet aftrekbaar.

    Courtage

    De vergoeding die je betaalt aan een makelaar voor zijn diensten bij de aan- of verkoop van een woning. Meestal een percentage van de verkoopprijs, doorgaans tussen 1% en 2%.

    D

    Doorhaling (royement)

    Het uitschrijven van een oude hypotheek bij het Kadaster. Dit is nodig als je je hypotheek oversluit naar een andere geldverstrekker. Kosten: circa €300 - €600 via de notaris.

    E

    Eigenwoningforfait

    Een bedrag dat je bij je inkomen in box 1 moet optellen als je een eigen woning hebt. Het is een percentage van de WOZ-waarde. In 2026 is dit 0,35% voor woningen tot circa €1,3 miljoen.

    Eigenwoningschuld

    Het deel van je hypotheek dat onder de eigenwoningregeling valt in box 1. Alleen over dit deel is de hypotheekrente aftrekbaar. Hypotheekdelen voor consumptieve doeleinden vallen hier niet onder.

    Erfpacht

    Een recht om de grond van een ander te gebruiken tegen betaling van een jaarlijkse vergoeding (canon). Bij woningen op erfpachtgrond ben je geen eigenaar van de grond, alleen van het huis. Dit kan invloed hebben op je maximale hypotheek.

    Executiewaarde

    De geschatte opbrengst van een woning bij gedwongen verkoop (veiling). Deze waarde ligt doorgaans 10-20% lager dan de vrije verkoopwaarde.

    F

    Financieringslasten

    Alle maandelijkse kosten die samenhangen met je hypotheek: rente, aflossing, premie voor een eventuele overlijdensrisicoverzekering en eventuele premie voor NHG.

    G

    Geldverstrekker

    De bank, verzekeraar of financiële instelling die je hypotheek verstrekt. Voorbeelden: ABN AMRO, ING, Rabobank, Florius, ASR, Centraal Beheer, NIBC. Sommige geldverstrekkers werken alleen via een adviseur (intermediair-only). Lees meer over hypotheek wijzigen via een adviseur →

    Grondrente

    Zie Erfpacht. De jaarlijkse vergoeding die je betaalt voor het gebruik van erfpachtgrond.

    H

    Hypotheekakte

    Het notariële document waarin de hypotheekvoorwaarden zijn vastgelegd: het geleende bedrag, de rente, de looptijd en de aflossingsvoorwaarden. De hypotheekakte wordt ingeschreven bij het Kadaster.

    Hypotheekadviseur

    Een financieel adviseur die je begeleidt bij het afsluiten, wijzigen of oversluiten van een hypotheek. Bij intermediair-only geldverstrekkers zoals Florius, ASR en Centraal Beheer is een adviseur verplicht voor elke hypotheekwijziging. Lees meer over hypotheek wijzigen via een adviseur →

    Hypotheekrenteaftrek

    De mogelijkheid om de betaalde hypotheekrente af te trekken van je belastbaar inkomen in box 1. Dit geldt alleen voor de eigenwoningschuld en als je annuïtair of lineair aflost. Het maximale aftrekpercentage in 2026 is 36,97%. Lees meer →

    I

    Intermediair

    Een tussenpersoon (hypotheekadviseur) die bemiddelt tussen jou en de geldverstrekker. Bij intermediair-only geldverstrekkers (Florius, ASR, Centraal Beheer, NIBC) kun je alleen via een intermediair je hypotheek afsluiten of wijzigen. Lees meer →

    J

    Jaarruimte

    De ruimte die je hebt om fiscaal voordelig pensioen op te bouwen. Niet direct gerelateerd aan je hypotheek, maar kan van invloed zijn op je netto inkomen en daarmee op je maximale hypotheek.

    K

    Kadaster

    De overheidsinstantie die bijhoudt wie eigenaar is van welk onroerend goed in Nederland. Hypotheekaktes worden bij het Kadaster ingeschreven. Kosten voor inschrijving zijn circa €150.

    Koopsom

    Het bedrag waarvoor je de woning koopt, zoals vastgelegd in het koopcontract.

    Kostenaftrek

    Bij de aankoop van een woning zijn bepaalde kosten aftrekbaar van de belasting, zoals de afsluitprovisie en advieskosten voor de hypotheek. Sinds 2013 zijn advieskosten echter niet meer aftrekbaar.

    L

    Leenruimte

    Het maximale bedrag dat je kunt lenen voor een hypotheek, gebaseerd op je inkomen en de Nibud-normen. Dit wordt ook wel je maximale hypotheek genoemd.

    Lineaire hypotheek

    Een hypotheekvorm waarbij je elke maand een vast bedrag aflost plus rente over de restschuld. De maandlast daalt gedurende de looptijd omdat je steeds minder rente betaalt. De bruto maandlast is in het begin hoger dan bij een annuïteitenhypotheek.

    Loan-to-Value (LTV)

    De verhouding tussen je hypotheekbedrag en de marktwaarde van je woning, uitgedrukt als percentage. Een hypotheek van €270.000 op een woning van €300.000 is een LTV van 90%. In Nederland mag je maximaal 100% van de woningwaarde lenen (106% bij verduurzaming). Bereken je maximale hypotheek →

    Looptijd

    De totale periode waarbinnen je je hypotheek aflost. De standaard looptijd in Nederland is 30 jaar. Een kortere looptijd betekent hogere maandlasten maar minder totale rentekosten.

    M

    Marktwaarde

    De geschatte verkoopprijs van je woning op de vrije markt. Dit wordt bepaald door een taxateur of een modelmatige waardebepaling. De marktwaarde bepaalt mede hoeveel je kunt lenen.

    Modelmatige waardebepaling

    Een geautomatiseerde schatting van de woningwaarde op basis van verkoopdata van vergelijkbare woningen. Goedkoper dan een fysieke taxatie (circa €100-€150), maar niet door alle geldverstrekkers geaccepteerd.

    N

    Nationale Hypotheek Garantie (NHG)

    Een garantie van het Waarborgfonds Eigen Woningen die je beschermt bij betalingsproblemen. In 2026 is de NHG-grens €470.000 (€498.200 bij verduurzaming). De borgtochtprovisie is 0,4% van het hypotheekbedrag. Met NHG krijg je doorgaans een rentevoordeel van 0,2-0,4%. Lees meer over NHG 2026 →

    Netto maandlast

    Je werkelijke maandelijkse hypotheekkosten na aftrek van het belastingvoordeel door hypotheekrenteaftrek. De netto maandlast is lager dan de bruto maandlast.

    Nibud-normen

    De richtlijnen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting die bepalen hoeveel je maximaal mag lenen voor een hypotheek. De normen worden jaarlijks vastgesteld en houden rekening met je inkomen, de hypotheekrente en vaste lasten. Bekijk de woonquote tabel 2026 →

    Notariskosten

    De kosten voor de notariële werkzaamheden bij het afsluiten van een hypotheek. Dit omvat de hypotheekakte (€750 - €1.500) en bij aankoop ook de leveringsakte (€750 - €1.200).

    NWWI (Nederlands Woning Waarde Instituut)

    Het instituut dat de kwaliteit van taxatierapporten bewaakt. De meeste geldverstrekkers vereisen een NWWI-gevalideerd taxatierapport bij een hypotheekaanvraag.

    O

    Onderhands verhogen

    Het verhogen van je hypotheek bij je huidige geldverstrekker zonder dat er een nieuwe hypotheekakte nodig is. Dit is goedkoper dan een tweede hypotheek omdat er geen notaris- en kadasterkosten bij komen. Lees meer over hypotheek verhogen →

    Ontbindende voorwaarden

    Voorwaarden in het koopcontract op basis waarvan je kosteloos van de koop kunt afzien. De meest voorkomende is het financieringsvoorbehoud: als je geen hypotheek kunt krijgen, kun je de koop ontbinden.

    Overbruggingskrediet

    Een tijdelijke lening die het verschil overbrugt tussen de aankoop van je nieuwe woning en de verkoop van je huidige woning. Je gebruikt het om de overwaarde uit je oude woning alvast beschikbaar te maken.

    Oversluiten

    Het aflossen van je huidige hypotheek en het afsluiten van een nieuwe hypotheek, meestal bij een andere geldverstrekker. Dit doe je om te profiteren van een lagere rente of betere voorwaarden. Let op: er zijn kosten aan verbonden, waaronder mogelijk boeterente. Lees meer over hypotheek oversluiten →

    Overwaarde

    Het verschil tussen de marktwaarde van je woning en je resterende hypotheekschuld. Heb je een woning van €350.000 en een hypotheek van €220.000? Dan is je overwaarde €130.000. Je kunt overwaarde opnemen door je hypotheek te verhogen. Lees meer over overwaarde opnemen →

    P

    Passeren

    Het moment waarop je bij de notaris de hypotheekakte en (bij aankoop) de leveringsakte ondertekent. Na het passeren is de hypotheek officieel en word je eigenaar van de woning.

    R

    Rentemiddeling

    Het aanpassen van je hypotheekrente bij je huidige geldverstrekker zonder over te sluiten. Je 'middelt' je huidige rente met de actuele marktrente. Dit is strikt genomen geen oversluiten en er zijn geen notariskosten aan verbonden.

    Rentevaste periode

    De periode waarvoor je hypotheekrente vaststaat. Veelgekozen periodes zijn 5, 10, 15, 20 of 30 jaar. Een langere rentevaste periode geeft zekerheid maar is doorgaans duurder. Na afloop van de rentevaste periode kun je boetevrij oversluiten.

    Restschuld

    Het bedrag dat je nog aan hypotheekschuld hebt. Bij verkoop van je woning is er een restschuld als de verkoopprijs lager is dan je openstaande hypotheek.

    S

    Starterslening

    Een aanvullende lening voor starters op de woningmarkt, verstrekt via de gemeente. De voorwaarden variëren per gemeente. Niet alle gemeenten bieden een starterslening aan.

    Spaarhypotheek

    Een hypotheekvorm waarbij je naast rente ook een spaarpremie betaalt. Het gespaarde bedrag wordt aan het einde van de looptijd gebruikt om de hypotheek af te lossen. Sinds 2013 worden geen nieuwe spaarhypotheken meer afgesloten met renteaftrek.

    T

    Taxatie

    Het laten bepalen van de marktwaarde van een woning door een gecertificeerde taxateur. Een taxatierapport is bijna altijd vereist bij het afsluiten of wijzigen van een hypotheek. Kosten: €700 - €900 voor een NWWI-gevalideerd rapport. Lees meer →

    Toetsinkomen

    Het inkomen dat de geldverstrekker gebruikt om je maximale hypotheek te berekenen. Bij werknemers is dit doorgaans je bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld. Bij ZZP'ers wordt gekeken naar de gemiddelde winst over de afgelopen 1-3 jaar.

    Toetsrente

    De minimale rente waarmee de geldverstrekker je maximale hypotheek berekent, ongeacht de werkelijke rente. Als je een rentevaste periode korter dan 10 jaar kiest, rekent de geldverstrekker met een toetsrente van minimaal 5% (of de werkelijke rente als die hoger is).

    Tweede hypotheek

    Een extra hypotheek bovenop je bestaande hypotheek, eventueel bij een andere geldverstrekker. Dit vereist een nieuwe hypotheekakte bij de notaris. Een tweede hypotheek is duurder dan onderhands verhogen vanwege de extra notaris- en kadasterkosten.

    V

    Variabele rente

    Een hypotheekrente die meebeweegt met de marktrente. Je rente kan maandelijks of per kwartaal wijzigen. Het risico is dat je rente kan stijgen, maar je kunt op elk moment boetevrij oversluiten of aflossen.

    Vergoedingsrente

    Zie Boeterente. De officiële term voor de vergoeding die je betaalt bij voortijdige aflossing of oversluiten van je hypotheek.

    Verbouwingsdepot

    Zie Bouwdepot. Een geblokkeerde rekening voor het uitbetalen van verbouwingskosten.

    W

    Waarborgsom

    Een bedrag van 10% van de koopprijs dat je als koper in depot stort bij de notaris als zekerheid voor de verkoper. Een alternatief is een bankgarantie.

    Woonquote

    Het percentage van je bruto inkomen dat je maximaal aan woonlasten mag besteden volgens de Nibud-normen. De woonquote verschilt per inkomensgroep en rentepercentage. In 2026 varieert de woonquote van circa 25% tot 35%. Bekijk de woonquote tabel 2026 →

    WOZ-waarde

    De waarde van je woning zoals vastgesteld door de gemeente op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De WOZ-waarde wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en wordt onder andere gebruikt voor de berekening van het eigenwoningforfait en gemeentelijke belastingen. De WOZ-waarde kan afwijken van de marktwaarde.

    Z

    ZZP'er (hypotheek)

    Als zelfstandige zonder personeel kun je een hypotheek krijgen, maar de voorwaarden zijn anders dan voor werknemers. De meeste geldverstrekkers vragen minimaal 3 jaar zelfstandig ondernemerschap. Sommige geldverstrekkers, zoals Florius en NIBC, accepteren ook 1 jaar. Lees meer over ZZP hypotheek met 1 jaar →

    Quido Kok, financieel adviseur

    Gecontroleerd door Quido Kok, financieel adviseur met 14 jaar bankervaring

    Laatst bijgewerkt: juni 2026

    Gratis oriëntatiegesprek aanvragen

    Wij bellen je binnen 24 uur terug voor een vrijblijvend gesprek over jouw situatie. Ook 's avonds en in het weekend.

    Gratis en vrijblijvend Binnen 24 uur Ook via videobellen
    Stephan, adviseurQuido, adviseurAlex, adviseur

    Direct een hypotheekadviseur spreken, vul onderstaand je gegevens in.

    Bel mij terug